Dutch–English dictionary

English translation of the Dutch word sperren

Dutch → English
  
DutchEnglish (translated indirectly)Esperanto
(afsluiten; afzetten; belemmeren);
obstruct
;
🔗 Ze versperden hem de weg en grepen hem vast.
(barricaderen)
barricade
🔗 Wij konden de uitgang niet gebruiken, die was met stenen, struiken en bomen versperd.

DutchEnglish
sperren bar; block up
opensperren open wide; distend
spertijd curfew
spervuur barrage; barrage fire; fusillade; quickfire; curtain‐fire
versperren bar; barricade; block; block up; encumber; jam; obstruct; overslaught; stop; stop up