English–Dutch dictionary

Dutch translation of the English word by line and rule

English → Dutch
  
EnglishDutch (translated indirectly)Esperanto
(file; rank; row; queue; round; run; sequence; bank; string);
🔗 These were followed by the long line of prisoners accompanied by another officer and a small guard.
subŝtofi
(verse);
versregel
(align)
in de rij zetten
;
in een rij opstellen
vicigi
(align);
in de rij gaan staan
;
zich in een rij scharen
viciĝi
(cord; rope; string; chord); ;
(fishing‐line)
(thread; yarn);
🔗 The slashes indicate that everything on the right on the same line is a comment.
(control; reign; governance; regulation; ruling; ascendancy; ascendance); ; ; ;
🔗 Most people we spoke to accepted the army takeover that has almost—but not quite yet—put an end to the 37‐year rule of president Mugabe.
(govern; reign; be in power);
🔗 Still, we can rule in tandem as equals.
(regulation)
🔗 The rules for pronunciation of letters are not the same in Danish as in English.
(judge; try; adjudge; adjudicate); ;
;

EnglishDutch
by line and rule met passer en liniaal
line aanpak; afzetten; artikel; assortiment; bekleden; beleggen; beleidslijn; beschieten; bloedlijn; branche; briefje; file; gedragslijn; grenslijn; groef; groeve; lijn; lijntje; linie; liniëren; methode; queue; reeks; regel; regeltje; richting; richtsnoer; rij; rimpel; scheepvaartlijn; schreef; snoer; spoorlijn; staan langs; standpunt; strafregel; streep; strepen; touw; uitlijnen; vak; voeren
rule beheersen; beheersing; beslissen; beslissing; besturen; bestuur; bewind; gewoonte; heerschappij; heersen; heersen over; het bewind voeren; het bewind voeren over; levensregel; lijnen; liniaal; liniëren; maatstaf; maatstok; meetlat; norm; overheersing; regel; regeren; regering; streep; streepje; trekken; vaste gewoonte; voorschrift