Dutch–English dictionary

English translation of the Dutch word samenklonteren

Dutch → English
  
DutchEnglish (translated indirectly)Esperanto
aglomeriĝi
samenklonteren
(agglomeratie; agglomereren; samenklontering)
samenklonteren
(agglomeratie; agglomereren; samenklontering)
ball up
(stollen)
(tezamen)
jointly
;
🔗 Die mensen doen werkelijk alles samen.
(aaneen; bijeen; tezamen; bij elkaar; saam; gezamenlijk)
🔗 Wie had Charles en Allen ooit samen gezien?

DutchEnglish
klonteren clog; clot; curdle
samen together; in tandem