Dutch–English dictionary

English translation of the Dutch word afneembaar

Dutch → English
  
DutchEnglish (translated indirectly)Esperanto
detachable
;
removable
forprenebla
washable
viŝebla
(aankopen; aanschaffen; inkopen; kopen; overnemen; betrekken; zich aanschaffen)
(benemen; weghalen; wegnemen)
take away
;
🔗 Alleen zijn zwaard was hem afgenomen.
(afruimen; wegruimen)
clear away
;
remove the cloth
forigi la manĝilaron
(verminderen)
decrease
;
diminish
; ; ; ;
wane
(dalen; verminderen);
decrease
;
wane
;
diminish
;
(slinken; tanen; verflauwen; verminderen)
decrease
;
diminish
;
🔗 Haiyan is inmiddels in kracht afgenomen, maar zal naar verwachting in Viëtnam nog wel tot zware regenval leiden.
(minderen; minder worden)
decrease
;
diminish
plietiĝi
(verminderen)
diminish
;
decrease
plimalgrandiĝi
🔗 Na verloop van tijd nam het aantal Spanjaarden dat op Curaçao woonde, af.
(afhalen; wegnemen)
take away
;
🔗 De vader trad naar voren en nam zijn pet af.
(couperen)
🔗 Wilt u even afnemen?

DutchEnglish
afneembaar detachable; removable; washable
afnemen abate; administer; be on the ebb; clear; cut; decay; decline; decrease; die down; diminish; doff; dwindle; ease off; ebb; ebb away; fall; fall off; give; lessen; minish; peter out; pull off; reach down; remit; wane; waste; shorten; sink; slack; slacken; take away; take; take off; take down; clean; buy; draw in; clear away; remove the cloth; subside; take from; unhang