English–Dutch dictionary

Dutch translation of the English word pillow talk

English → Dutch
  
EnglishDutch (translated indirectly)Esperanto
pillow
;
pillow
(cushion; squab)
(speech; discourse; talking; speaking)
(causerie)
kozerio
(speak);
🔗 Who are you talking to?

EnglishDutch
pillow talk slaapkamergesprek; slaapkamergesprekken
pillow hoofdkussen; kussen; met kussens steunen; oorkussen; op een kussen laten rusten; op een kussen leggen
talk bespreking; causerie; conversatie; discussie; gepraat; geroddel; gesprek; het hebben over; kout; kouten; onderhoud; praat; praatje; praats; praten; redekavelen; roddelen; smoezen; spreken; spreken over; toespraak