Dutch–English dictionary

English translation of the Dutch word voorzienbaar

Dutch → English
  
DutchEnglish (translated indirectly)Esperanto
unforseeable
neatendebla
(verwachten; vooruitzien)
🔗 Ik had voorzien dat iets als dit zou gebeuren.

DutchEnglish
voorzienbaar foreseeable
onvoorzienbaar unforeseeable
voorzien accommodate; anticipate; endue; fit; fix up; forecast; foresee; furnish; garnish; plan; provide; set up; store; supply