Dutch–English dictionary

English translation of the Dutch word spraakleer

Dutch → English
  
DutchEnglish (translated indirectly)Esperanto
spraakleer
(grammatica; spraakkunst)
(doctrine; geloofsleer)
doctrine
;
tenet
🔗 Dat zijn allemaal ketters en hun leer is vals!
(leder)
🔗 Voor het altaar lagen twee zakken van oud leer.

DutchEnglish
spraakleer grammar
leer apprenticeship; doctrine; ism; leather; teaching; teachings; tenet; ladder; theory
spraak language; speech; tongue; voice