Dutch–English dictionary

English translation of the Dutch word hogerhuis

Dutch → English
  
DutchEnglish (translated indirectly)Esperanto
nobela deputitaro
🔗 Of misschien verwacht hij als lid van het hogerhuis dat men naar hém toekomt.
(lang; verheven);
lofty
🔗 Steeds hoger steeg het water.
🔗 Of zijn uw prijzen zo hoog dat men de prijs van een paard kwijt is voor een nacht onderdak?
;
🔗 Vlieg maar een beetje hoger.
🔗 Zeker 40.000 huizen in de hoofdstad Manilla zijn verwoest.
🔗 Er moet hier in huis veel veranderen.

DutchEnglish
hoog aloft; august; elevated; eminent; exalted; great; high; highly; high‐ranking; high‐up; illustrious; lofty; senior; steep; sublime; tall; up
huis establishment; home; house; housing; place; premises; residence; tenement