Informatie over het woord slaan (Nederlands → Esperanto: soni)

Synoniemen: gaan, kleppen, klinken, overgaan

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/slan/
Afbrekingslaan

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(hij) slaat(hij) sloeg
(zij) slaan(zij) sloegen
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat hij) sla(dat hij) sloege
(dat zij) slaan(dat zij) sloegen>
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
slaslaat
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
slaand, slaande() geslagen

Vertalingen

Afrikaansklink
Catalaansfer soroll; sonar
Deenslyde
Duitsgellen; klingen; läuten; tönen
Engelsstrike
Esperantosoni
Faeröersljóða
Finssoida
Fransrésonner; sonner
Hongaarshangzik
Italiaanssonare
Papiamentszona
Portugeesbater; soar
Saterfriesgälje; galpje; klinge; krietskje; läide
Schotssoond
Spaanstocar
Westerlauwers Friesgean; klinke
Zweedsljuda; låta; tona