Information about the word doorslijten (Dutch → Esperanto: eluziĝi)

Synonyms: afslijten, slijten, uitslijten, verslijten

Part of speechverb
Pronunciation/ˈdorslɛɪ̯tə(n)/
Hyphenationdoor·slij·ten

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(hij) slijt door(hij) sleet door
(zij) slijten door(zij) sleten door
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat hij) doorslijte(dat hij) doorslete
(dat zij) doorslijten(dat zij) doorsleten
Participles
Present participlePast participle
doorslijtend, doorslijtende(zijn) doorgesleten

Translations

Englishwear away; wear off; wear out
Esperantoeluziĝi
Portuguesetornar‐se consumido
Spanishdesgastarse