Informasie oor die woord geest (Nederlands → Esperanto: fantomo)

Sinonieme: fantoom, schim, spook

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ɣest/
Afbrekinggeest
Geslagmanlik
Meervoudgeesten

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
geestjegeestjes

Voorbeelde van gebruik

Ik breng hem weg ten einde hem terecht te stellen op een plek waar zijn geest mij geen ongeluk zal brengen.
Om middernacht lopen de geesten van het oude Tschai over de stenen.
Zijn er veel geesten in Amsterdam?
Ze verbleekte en staarde hem aan of hij een geest was.

Vertalinge

Afrikaansspook; gees
Deensspøgelse
DuitsGespenst
Engelsghost; wraith
Esperantofantomo; ombro
Finsaave; haamu; kummitus
Fransfantôme
Grieksφάντασμα
Hongaarskísértet
Italiaansfantasma
Jamaikaanse Patoisdopi
Katalaansfantasma
Latynlarva; manes; spiritus
Maleishantu
Nederduitsgeyst
Noorsspøkelse
Papiamentszumbi
Poolsduch
Portugeesfantasma
Russiesпривидение; призрак
SaterfriesGäist; Phantom; Spouk
Spaansfantasma
Sweedsspöke
Tagalogmultó
Thaiผี
Tsjeggiesduch; přízrak
Turkshayalet; hortlak
Walliesysbryd
Wes‐Friesspok; spûk
Yslandsdraugur